


Schrijf u in voor de
gratis nieuwsbrief.

Historie
van ‘t Historische Centrum Voorburg
Romeinse tijd
Na de komst van de Romeinen werd in 47 na Chr. door de soldaten van veldheer Corbulo een verbinding tussen de mondingen van Maas en Rijn gegraven; een gedeelte van de Vliet bij Voorburg is vermoedelijk een rest van deze Corbulogracht.
Het gebied was in de eerste eeuw na Chr. bewoond door de stam van de Cananefaten. Op een wat hooggelegen plaats waar nu o.a. het park Arentsburgh ligt, was een inheemse nederzetting. Daar werd door de Romeinen een burgerlijke stad gesticht. Zoals uit de benaming Forum Hadriani blijkt (forum = werkplaats) was dit een handelsplaats, waaraan keizer Hadrianus in 121 na Chr. op zijn tocht door dit gebied zijn naam verbond.
Omstreeks het jaar 161 na Chr. heeft de stad een andere naam gekregen: Municipium Aurelium (of Aelium) Cananefatium, de hoofdstad van het Cananefaatse gebied.
Uit vondsten van huisplattegronden en aardewerk blijkt dat de bewoners van de stad voor een deel geromaniseerde Cananefaten zijn geweest, inheemse bewoners die veel van de Romeinse cultuur hadden overgenomen.
Ongeveer in het jaar 270 heeft de bevolking die stad verlaten. Tot in de 16e eeuw moeten er resten van stenen gebouwen zichtbaar zijn geweest op het terrein tussen de buitenplaats Hoekenburg en het Diaconessenziekenhuis, waar een van de twee oudste steden met marktstadsrechten in Nederland heeft gelegen.
Het oude historische centrum is een eeuwenoud gebied van bedrijven, handel en woningen. De voorloper van Voorburg, Forum Hadriani, ontstond aan de Gracht van Corbulo, die in de 1e eeuw door Romeinse soldaten werd gegraven. De huidige Vliet (Rijn-Schiekanaal) volgt deels dezelfde loop als dit kanaal.
Middeleeuwen
Ruim vijfhonderd jaar na de Romeinse bewoning komen we pas de oudste vermelding van 'Foreburg' tegen in een tussen 777 en 866 bijgehouden goederenlijst van de Utrechtse kerk. In de Middeleeuwen is Voorburg als ambachtsheerlijkheid in eigendom van de families Van Wassenaar en De Ligne.
Aan de Vliet werden in de loop van eeuwen kerken, boerderijen en buitenplaatsen gebouwd. Ook was de Vliet een aantrekkelijke plaats voor kleine fabriekjes, wasserijen en handelaren. Over het water konden zij met trekschuiten varen en personen vervoeren. Al in de zeventiende eeuw had Voorburg een regionale functie.
Van 1615 tot 1828 heeft de stad Delft de heerlijkheid in haar bezit. De ambachtsheer benoemde personen op belangrijke posten en controleerde de gemeentegelden. In 1828 kocht het dorpsbestuur van Voorburg deze heerlijke rechten en werd daardoor heer en meester in eigen huis.
Omdat het vlak bij het landelijk regeringscentrum lag, ontwikkelde Voorburg zich tot een plaats waar belangrijke en gegoede burgers hun buitenverblijf hadden.
Zo liet de staatsman Constantijn Huygens hier zijn lusthof 'Hofwijck' bouwen. Tegenwoordig is het een museum. In de negentiende eeuw woonde prinses Marianne der Nederlanden, dochter van Koning Willem I op de inmiddels verdwenen buitenplaats 'Rusthof'. In huize 'Vreugd en Rust' werd de staatsman Groen van Prinsterer geboren. De buitenplaatsen 'Arentsburg' en 'Hoekenburg' vormen momenteel samen het doveninstituut 'Effatha'. Deze buitenverblijven kwamen de economie en de cultuur ten goede en talloze eet- en vermaakgelegenheden ontstonden in het dorp. In de vorige had eeuw had Voorburg een grote aantrekkingskracht voor kunstenaars.
Behalve buitenplaatsen met hun prachtige parken, waaraan Voorburg zijn groenvoorziening in belangrijke mate te danken heeft, stond er in de polders rond het dorpscentrum een groot aantal boerderijen. Behalve de nog bestaande boerderijen 'West-Duyvesteijn' en 'Essesteijn', nu kinderboerderij, zijn ze allemaal verdwenen om plaats te maken voor woonwijken.
1900 tot nu
Het oude Centrum van Voorburg is nog steeds duidelijk merkbaar aanwezig. Vele historische monumenten zijn bewaard gebleven. Zoals in veel oude steden is de bewoning en bedrijvigheid gesitueerd rond de Oude Kerk die als herkenningspunt voor het oude centrum wordt gebruikt.
Onder druk van Haagse annexatiepogingen (het industrieterrein 'de Binckhorst' werd in 1907 wel bij Den Haag gevoegd) werd sinds het begin van deze eeuw in Voorburg de woningbouw krachtig ter hand genomen.
In de vijftiger jaren werd een nieuw centrum ontworpen rond het Koningin Julianaplein en rond 1975 werd de laatste nieuwbouwwijk 'Essesteijn' voltooid. Voorburg heeft nu een oppervlakte van slechts 629 ha. en rond de 39.000 inwoners.
In de negentiger jaren ontstond er een verandering in de branchering in het historische centrum. Vele oude en kleine food-winkels konden vanwege de concurrentie van supermarkten en door de vergrijzing van de ondernemers hun bestaan niet continueren. Inmiddels is het gebied rond de Herenstraat opgevuld door kleinschalige mode detailhandel en restaurants, waardoor er een nieuwe aantrekkingskracht in de regio ontstond voor het oude centrum.
Het centrum van Voorburg is nog steeds economisch verbonden met de regio in het hart van Haaglanden. Er zijn ongeveer 180 kleine en middengrote ondernemingen.
Huisstijl
Oude symbolen, authentieke heraldische kleuren, een klassieke typografie en een moderne vormgeving waren de uitgangspunten voor de huisstijl van de gemeente Voorburg.
De eigentijds getekende burcht, in rood, verwijst naar het oorspronkelijke gemeentewapen van Voorburg dat in 1816 werd omschreven als: 'Zijnde van Zilver, beladen met een Burgt van Keel'. Het schild is echter verdwenen. Zonder schild past het beeld beter bij het open en toegankelijke karakter van de gemeente Voorburg. Maar een burcht alleen maakt nog geen eersteklas woonstad. Als nieuw element duikt daarom in de huisstijl de blauwe wimpel op. Een wimpel doet denken aan feest en plezier, maar is ook een oud symbool dat de culturele en historische kant van Voorburg onderstreept.
Het blauw van de wimpel draagt de naam, maar de burcht blijft aanwezig en maakt het beeld compleet. Als punt achter een zin, als stempel onder de brief, als knipoog naar het verleden.
Herenstraat Centrum (1885)
Een heerstraat of een heerweg is niets anders dan de gewone middeleeuwse aanduiding voor wat we nu een provinciale of rijksweg zouden noemen, dus een interlokale verbindingsweg. In het graafschap Holland liep een dergelijke heerweg of 'via regia' vanuit het Westland over een oude strandwal langs de geestdorpen Voorburg en Voorschoten tot aan Egmond. In het 'Memoriboec van Voirburch' is reeds in 1387 een aantekening te vinden van "t's graven heerstraet" en in 1466 wordt melding gemaakt van "des heren heerwech". Overigens bestond er tussen de begrippen 'straat' en 'weg' geen wezenlijk verschil.
In het oude Centrum zijn verschillende verenigingen, stichtingen en musea actief. Zoals bijvoorbeeld het Rode Kruis, de Wereld Winkel, de Hervormde Kerk, Galerie Brak, Museum Sweansteijn en het Huygens museum.
De ondernemingen zijn onderverdeeld in kleine detailhandel, horeca, makelaars, accountants en administratiekantoren, reisbureaus, kunstgaleries, gezondheidszorg en het Gemeente Servicecentrum.
De detailhandel vertegenwoordigt ongeveer 50% van de ondernemingen, waarin supermarkt Hoogvliet en het Mövenpick Hotel de enige ketenbedrijven zijn. De overige detailhandel bestaat uit kleine zelfstandige ondernemingen. De middelgrote ondernemingen zijn Deloit, Duin Waterbedrijf Zuid Holland (DWZ).


